Eclade (of églade) de Moules

Mijn vakantie-ervaring met mosselen.  Ik viel met mijn neus in de Franse gezouten boter! De camping à la ferme waar ik op aanraden van de “Rustieke-Campinggids-Frankrijk” * met de caravan terechtkwam stond vol, maar ik had geen zin om verder te rijden. Ik kreeg vlak naast een enorme feesttent met tafels en stoelen voor in totaal 120 personen, een plek toegewezen: “Het is alleen maar voor het weekeinde, want we houden onze open dagen: “les portes ouvertes du Pineau des Charentes.” meldde Patrick, de patron, en dat beviel me eigenlijk wel gezien het feit dat ik al jaren een groot fan ben van deze Pineau des Charentes. Pineau is een aperitief dat ontstaat door Eau de vie de Cognac te mengen met het sap van rode of witte druiven. De verhoudingen in de Pineau van Patrick is 3,7 liter druivensap en 1 liter eau de vie van +/- 84% en dus is het geen wijn, zoals men in Nederland regelmatig zegt als ze een fles als souvenir mee terugbrengen, het is een aperitief van ongeveer 17%. Dit verschilt overigens per producent. In andere wijnstreken in Frankrijk kent men soortgelijke aperitieven; Ratafia in de Bourgogne en Champagne, Macvin in de Jura en Floc de Gascogne uit inderdaad . . het land van d’Artagnan.

Maar de kop van het artikel vermeldde dat ik het over mosselen zou hebben en dat ga ik dan ook bijna doen. Na afloop van de proeverij van streekproducten waar bevriende producenten ganzenlever, paté‘s, worsten, wijn, Cognac, noten en Pineau aanprijsden werd een gezamenlijke maaltijd verzorgd: een “soirée éclade de moules”. Al vroeg in de middag waren mensen uit het dorp en stamgasten van de camping bezig de boel voor te bereiden. Op houten planken van 40 x 40 cm. met in het midden drie spijkers werden mosselen eerst rechtop tegen de drie spijkers en daarna tegen elkaar aan geplaatst totdat de plank bijna vol stond met zo ongeveer 100 mosselen. Tot het moment van gebruik werden ze om HACCP-technische redenen opgeslagen in de grote koelwagen die links van mijn caravan de klok rond stond te brommen. Na het voorgerecht dat bestond uit een ruim assortiment salades, worst, zalm en koude blikgroente werd de spectaculaire mosselbereiding verder voorbereid.  

De mosselplanken werden uitgestald op houten schragentafels en toen de tafels vol stonden werd op de grond verder gegaan.  Over de planken werd ruim gedroogde dennennaalden gestrooid waar vervolgens de vlam in ging.   Op deze wijze, het hele proces duurde niet langer dan enkele minuten, werden de mosselen gebakken. Na die korte tijd waren de mosselen gaar, was het vuur door gebrek aan brandstof weer gedoofd en waren de naalden weg. De as werd wat weggewapperd en de planken over de tafels verdeeld en er kon worden aangevallen! Het aanvallen leverde natuurlijk wel zwarte vingers en nagels van de roet op maar het was de moeite waard! De bedoeling was om het losgehaalde vlees van de mossel even te beroeren of te aaien met een doormidden gesneden teen knoflook en dan te nuttigen. Er werd lokale witte of rosé geschonken van een kwaliteit die gewoon thuishoort bij de 33-liter verpakkingen waar het uitkwam. Niets mis mee, maar meer ook niet. Gelukkig werd er naast deze wijn ook witte Pineau aangeboden en dat maakte het feest voor mij compleet. De combinatie van het zoetige van deze drank met geroosterde mossel was zeer wel te genieten. Het op deze manier bereiden van mosselen was voor mij nieuw en was een redelijk spectaculair gebeuren! Het was dan ook dringen rond de vuurplaats en iets heel anders dan die grote aluminium pannen op een fabrieksbrander met groente en witte wijn waarin de mosselen normaliter op dit soort soirées worden gegaard. Navraag leerde mij dat de “Eclade de moules” een typisch Charentais bereiding is en naar het Nederlands niet te vertalen valt.

Het woord éclade of églade is een verfranste benadering van een uit Saintongeais (dialect Saintongeaisdat vroeger in delen van zuidwest Frankrijk werd gesproken, o.a in Saintonge) afkomstig woord dat beter vertaald had kunnen worden als Aiguillade, dat weer wijst op het gebruik van dennennaalden.

Om iets vòòr tweeën ‘s nachts ging bij mij het licht uit en van een brommende koelwagen, een zingende lokale artieste of enthousiast meeklappende Fransen heb ik niets meer gemerkt. Het zal wel te maken hebben gehad met de door mij afgelegde kilometers die Samedi Noir en de daarbij behorende lange files . . . .

 

 


* PS de “Rustieke-Campinggids-Frankrijk” is een leuk boekje, maar de titel suggereert te veel! Zuidelijk van de lijn Bordeaux – Lyon en oostelijk van de lijn Metz – Marseille zijn geen campings vermeld. De naam “Rustieke-Campinggids-Frankrijk” zou dus eigenlijk “Rustieke-Campinggids-van-half-Frankrijk” moeten zijn.

Tot zover

Chris Koot

Wijn is het bewijs dat God ons lief heeft

en dat hij het prachtig vindt om ons gelukkig te zien!

Looft de Heer!

Dit bericht is geplaatst in Columns, Food, Wijn met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.