Naar dat château heb ik toch even moeten zoeken!


Het is aan slechts weinigen voorbehouden om op een zo mooie locatie wijn te mogen maken! Ik was er, maar dat is alweer twee jaar geleden.

Na mijn bezoek aan de graaf van Bergon en mijn twitterbericht daarover, reageerde mijn goede vriend Leon dat ik dan ook bij het domein van Nicolas en Karine Mirouze moest langsgaan. En omdat de graaf slechts 55 km. daarvandaan woonde, was die beslissing snel gemaakt. Het enige wat ik echter wist, was de plaatsnaam waar het domaine gelegen was: Bizanet. Wie wel eens in Frankrijk is geweest, weet dat straatnamen niet gebruikelijk zijn en daardoor werd dat nog een hele zoektocht. 

Ik kon me nog iets herinneren van een groot bos en een bel op een dak, maar zag hem nergens boven de omringende bomen uitsteken.

Ook niet vanaf het hoogste uitkijkpunt in het dorp: geen bel te bekennen in het uitgestrekte bos en tussen de boomtoppen beneden mij! En Franse dorpjes zijn, zoals u weet, om 10:00 uur (maar ook daarvoor en daarna) uitgestorven, dus dat bood ook weinig soelaas. Van een eerder artikel wist ik nog dat de abdij van Fontfroide nabij was, dus ging ik op zoek naar een hooggelegen klooster. Omdat het intussen lunchtijd was werd de inwendige mens op een lokaal (eveneens verlaten!) terras, versterkt met water, een lokale, koele rosé van de grauwgekleurde grenache-druif en een salade waarin gekonfijte eendenmaagjes nadrukkelijk aanwezig waren. Bien sûr! De aanwezige, zeer vriendelijke bedieningsmedewerker van mediterrane afkomst, kon mij, ondanks al zijn inspanningen, ook niet verder op weg helpen voor wat betreft mijn zoektocht naar het château. De lunch die door hem ter tafel gebracht werd, was in ieder geval uitstekend, 

En ja hoor, toen de Franse lunchpauze voorbij was en ik een wat ruimer tochtje te zuiden van Bizanet maakte, zag ik, hoog boven me, wat ik zocht. Het klooster bovenop een berg! En terwijl ik er omheen reed zag ik plots ook de borden van het domaine dat, zoals u in het eerste artikel al las, midden in de bossen ligt, dus was ik nog ruim 1 kilometer onderweg om uiteindelijk daar te komen waar ik geweest had willen zijn!

De door mij gezochte en gevolgde abdij bleek toen het Château Saint-Martin-de-Toques te zijn, dus mag ik me achteraf gelukkig prijzen het wijnbedrijf te hebben gevonden!

Rechts Corbières, links vin de Pays d’Oc

 

 

Naar later bleek, lag het laatste deel van de smalle weg over het domaine dat naar de gebouwen leidde, tussen twee verschillende AOC’s: vin de Pays d’Oc (links) en AOC Corbières (vanzelfsprekend rechts dus). Heel apart, een grens dwars over het domaine, maar wel met een hoogteverschil van ruim 50 cm.

Ik werd allerhartelijkst ontvangen door Karine die mij zich nog kon herinneren van ons bezoek aan de ProWein in de lente van hetzelfde jaar.

De totale omvang van het domein bedraagt 350 ha. in het ‘Parc Naturel Régional de la Narbonnaise en Méditerranée’, dus namen we de auto! De wijnstokken staan verspreid over verschillende gaarden die tezamen 30 ha. groot zijn. Ze groeien, zoals Karine het noemt, ‘engarriguées‘ en vullen de open plekken in het heuvellandschap dat flink bebost is, met onder andere de steeneik die hier struikvormig voor komt. Sinds onze ontmoeting op ProWein hebben ze alle wijngaarden af moeten zetten met schrikdraad want de wilde zwijnen brachten toch te veel schade toe aan de druivenstokken. Vooral de syrah-druif konden ze niet weerstaan.

We passeerden een lange hoop druivenafval van de laatste oogst die ze als organische bemesting gebruiken, want, zoals ik al eerder schreef,  men werkt hier volledig biologisch.

Voor hun witte en rode Pays d’Oc IGT wijnen kunnen ze kiezen uit devolgende druivensoorten:

  • 50% Merlot,
  • 12% Cabernet Sauvignon,
  • 10% Viognier,
  • 17% Syrah,
  • 10% Carignan.

Voor de witte wijn is de viognier een overweldigende druif om te gebruiken, maar daarnaast gebruiken zij ook twee varianten uit de AOC Corbières: Marsanne en Vermentino waardoor de wijn complexer wordt maar ook als huiswijn zeer toegankelijk. Omdat ik over de huiswijnen al eerder schreef gaat het nu over de wijnen die ik op die prachtige zomerdag met Karine proefde:

  • Château Beauregard-Mirouze blanc, “Lauzina” AOC Corbières
  • Château Beauregard-Mirouze rouge, “Lauzina” AOC Corbières
  • Château Beauregard-Mirouze blanc, “Fiaire” AOC Corbières
  • Château Beauregard-Mirouze rouge, “Fiaire” AOC Corbières

Eerst de Lauzina, dat steeneik betekent, een groenblijvende eik die hier van nature veel voor komt. Door de rotsachtige ondergrond blijft de steeneik struikvormig. De samenstelling bestaat uit 40% Rousanne, 40% Marsanne en 20% Vermentino en de gemiddelde opbrengst per ha. bedraagt 30 hl. De druiven worden met de hand geplukt vanaf 04:00 uur in de ochtend tot ongeveer 10:00 uur diezelfde ochtend omdat het anders te warm wordt voor de toch al zo geplaagde druifjes. Direct na de oogst wordt het sap op lage temperatuur vergist en vervolgens rijpt de helft op grote RVS-tanks verder en de andere helft op vaten van eikenhout uit de Vogezen die een inhoud van 400 ltr. hebben. Het resultaat is een wijn met een mooi rijke diepgouden kleur en een opvallend elegante, fruitige neus waarin peer, witte bloemen en vanille om de aandacht vragen. De wijn die niet al te koud en in een groot glas wordt geserveerd, heeft veel finesse en is, gezien zijn prijs, abosoluut onderscheidend.

 

Dan de tweede witte: de Fiaire, afkomstig van hun beste gaarden die in het midden van het domein liggen en die alleen gemaakt wordt in jaren waarin de druiven uitzonderlijk van kwaliteit zijn. Deze druiven zijn de Rousanne (70%) en de Vermentino (30%). De opbrengst is niet meer dan 25hl. per ha. Ook hier weer handgeplukt, in de zeer vroege ochtend maar ook nog eens streng geselecteerd op gezondheid en rijpheid. De alcoholische vergisting van het heldere sap vindt plaats op nieuwe 225-liter vaten van speciaal geselecteerd hout uit de Allier (Centraal Frankrijk). Daarna wordt de nog jonge wijn wijn overgepompt naar vaten van 400 liter, afkomstig uit de Vogezen waar de wijn 12 maanden doorrijpt terwijl het eigen bezinksel regelmatig wordt omgeroerd (=Bâtonnage des lies). De diepgouden wijn, die met gemak 5 jaar oud kan worden, ruikt intens naar geroosterde hazelnoten en florale tonen. In de mond: verfijnd, opvallend en langdurend. De wijn komt zowel qua kwaliteit als qua prijs in de buurt van de betere witte Rhônewijnen. Dus er moet wel iets te vieren zijn. Maar dan is het ook wel een feest!

Na de twee witte wijnen zijn de twee rode wijnen aan de beurt! Ook nu eerst de Lauzina en daarna de Fiaire.

De Syrah-druif is één van de belangrijkste druivensoorten bij Beauregard-Mirouze. 54% voor de AOC Corbières en 17% voor de wijnen uit de IGP Pays d’Oc. Ook hier is de gemiddelde opbrengst 30hl./ha. Grootouders Jacques en Simone Mirouze plantten al in 1968 de eerste Syrah aan wat, uiteindelijk in 1974 de eerste flessen opleverde. Er staan nog steeds stokken uit die tijd.

Na een korte periode van het inweken van de druiven worden ze zacht gekneusd en vervolgens door het eigen gewicht geperst. De vergisting vindt plaats in open betonnen kuipen, waarna de ene helft gedurende 12 maanden gelagerd wordt op 400-liter vaten van eikenhout uit de Vogezen en de andere helft op 225-liter vaten van eikenhout uit de Allier. Het resultaat is een diepdonkere rode wijn met een krachtige neus waarin tonen van Garrigue (= de geur van het omringende kreupelhout met daarin wilde kruiden). Maar ook dat typische, bij de syrah horende pepertje ontbreekt natuurlijk niet in deze elegante en geraffineerde wijn. Als u graag wilt weten wat er dan zo goed bij gegeten kan worden, stel ik voor een mooie lamsbout met tijm en rozemarijn waarbij u flageolets en een rijke, romige aardappelpuree serveert! Wat een feest!

Tot slot de Fiaire rouge die bestaat uit 90% Syrah en 10% Grenache en die, net als bij de witte Fiaire, slechts 25 hl. per ha. oplevert. De rotsachtige bodem van zandsteen dat rijk is aan kalk en waarop de druiven groeien dateert uit de “Santoniaanse” tijd (laat krijt) van bijna 1 miljoen jaar oud. De druiven worden alleen in de betere jaren met de hand geplukt waarna een strenge selectie plaats vindt. Net als vroeger worden de druiven met de voeten getreden  waarna de alcoholische vergisting vindt tussen de zes en acht weken plaats op die nieuwe 225-liter vaten uit de Allier die ook bij de witte broer gebruikt werden. Gedurende niet minder dan 18 maande rijpt de wijn verder tot een rijke volwassen wijn met een dieprode kleur, een rijk bouquet van rijp, zwart fruit die enigszins likoreus overkomt met een hint van zwarte peper en andere specerijen. Dit is een wijn die wat mij betreft zeker 10 jaar mee kan en bij voorkeur genoten dient te worden vanuit de karaf ( twee uur van te voren) met een mooi stuk wild zwijn, een stukje reerug of een klassieke hazenpeper. En als er nog wat in de fles zit: een kleine selectie van oude harde kazen. En denk er om: een groot, hoog glas en niet te warm serveren (16- 18 graden) Voor de echte zuinigerds: geen probleem als de fles niet leeg gaat, de volgende dag is de wijn nog lekkerder.

Afgelopen zondag heb ik beide Lauzina-wijnen, (wit uit 2011 en rood uit 2010) geproefd en ik kan u met een gerust hart vertellen dat ze er beiden alleen maar op vooruit gegaan zijn.

Mocht u de wijn bij een herfstige of wilde maaltijd willen proeven: neem even via onderstaande mogelijkheid, contact met mij op, ik heb er gelukkig een aantal dozen van op voorraad! De condities waaronder de flessen bewaard zijn gebleven, waren natuurlijk uitstekend. En de prijs? € 14,50 omdat u het bent.

Tot zover . . .

Chris Koot

If God did not intend for us to eat animals, then why did he make them out of meat?
John Cleese.

Dit bericht is geplaatst in Columns, Wijn met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *